Van de hand van Wim Sonneveld verscheen in oktober 2008 een boekje over de levensgeschiedenis van Guido de Brès. Wim Sonneveld was van 1995 tot 2008 op onze school werkzaam als docent godsdienst. De volledige tekst van het boek kunt u HIER downloaden (pdf).
Guido de Brès wordt in 1522 in Bergen (België) geboren. Guido de Brès is glasschilder van beroep. Hij ontmoet mensen die hem vertellen over de nieuwe leer. En Guido de Brès wordt ook gereformeerd. Kerkramen schilderen? Daar heeft hij nu geen tijd meer voor. Hij wil graag dominee worden. Heel hard studeert hij in de bijbel en in de boeken die Luther en Calvijn hebben geschreven.
Guido de Brès is gevlucht uit de Nederlanden. De vervolging is zo erg dat een heleboel mensen het land uit vluchten. Guido de Brès woont in Engeland. Daar is het veilig. Maar dan sterft de koning van Engeland. Zijn zuster wordt de nieuwe koningin. Zij is rooms-katholiek en vervolgt de gereformeerden in Engeland ook. Veel vluchtelingen keren weer terug naar hun eigen land. Guido de Brès ook. Hij reist door het land en onderweg preekt hij. Guido de Brès gaat ook een tijdje studeren in Genève, bij Calvijn. Daar leert hij heel veel uit de bijbel.
In 1559 gaat Guido de Brès terug naar de Nederlanden. Hij wordt dominee in Doornik. Het is gevaarlijk werk want verraders loeren overal op ketters. Guido de Brès neemt een schuilnaam. Voortaan heet hij Jerome. Jerome met de rode baard wordt hij genoemd.
In Doornik kan Guido de Brès rustig werken. De inquisitie weet niet dat Jerome eigenlijk een gereformeerde dominee is. Sommige mensen van zijn gemeente zijn boos. Boos omdat zij altijd in het geheim bij elkaar moeten komen. Boos omdat zij geen kerkgebouw hebben. Eigenlijk vinden ze dat de roomsen met geweld weggejaagd moeten worden. Ze willen de kerk van de roomsen met geweld in bezit nemen. De beelden die in de kerk staan, die moeten kapot geslagen worden.
Op een dag krijgt Guido de Brès een idee. Hij wil de mensen van zijn gemeente duidelijk maken wat geloven betekent. Wat het dienen van de Here betekent. Daar past geen geweld bij. En hij wil ook koning Filips II duidelijk maken wat gereformeerde mensen zijn. Hij wil Filips II laten zien dat gereformeerde mensen gewoon de Here willen dienen. Dat het geen oproerkraaiers zijn.
Gereformeerde mensen willen gewoon trouw zijn aan de koning. Maar dan moet de koning deze mensen niet vervolgen!
Guido de Brès gaat hard aan het werk. Hij maakt een boekje waar al die dingen in komen te staan. Het boekje bestaat uit 37 hoofdstukjes. Guido de Brès noemt het boekje BELIJDENIS VAN HET GELOOF. Het boekje van Guido de Brès wordt gedrukt. Iedereen kan het boekje krijgen. Maar hoe krijgt Guido de Brès het boekje nu bij koning Filips II? De koning woont in Spanje. In Brussel woont Margaretha van Parma. Zij regeert (als een soort onderkoningin) over de Nederlanden voor Filips II. Guido de Brès heeft een idee.
Op het kasteel in Doornik woont een belangrijke bestuurder. Als die bestuurder het boekje krijgt en hij doet er een brief bij dan komt het boekje wel bij Margaretha van Parma. En zij kan het dan doorsturen naar koning Filips.
Moet Guido de Brès het boekje zelf aan de bestuurder geven? Nee, dat is te gevaarlijk. Dan wordt hij gelijk opgepakt. Misschien wil iemand van de gemeente het boekje met de brief wel in de nacht over de muur van het kasteel gooien. Dan wordt het boekje vast wel gevonden. Op 1 november 1561 wordt het boekje van Guido de Brès over de muur gegooid.
De volgende dag wordt het boekje gevonden. De bestuurder schrikt. Het is een boekje van een ketter! Hij stuurt het naar Brussel. Margaretha van Parma geeft bevel om die ketter in Doornik op te pakken. De hele stad wordt doorzocht. Gereformeerde mensen worden gevangen genomen. Zij moeten vertellen hoe hun dominee eruit ziet. Gelukkig kan Guido de Brès vluchten. Hij gaat naar Frankrijk.
In 1566 komt Guido de Brès in het geheim weer terug. Opnieuw trekt hij het land door en preekt overal. Niet lang daarna wordt hij met een andere gereformeerde dominee gevangen genomen. Ze krijgen de doodstraf. Op 31 mei 1567 worden beide predikanten opgehangen.
(Uit: Vertel het aan de mensen, Kerkgeschiedenis voor het vmbo. Geschreven door Dick de Jong)
Guy de Brès of Guido de Brès, of de Bray (Bergen 1522 – Valenciennes 31 mei 1567), Zuid-Nederlands calvinistisch predikant, ‘de hervormer der Nederlanden’ genoemd, week na zijn overgang tot de Reformatie wegens vervolging uit naar Engeland (1548–1552), was daarna te Rijsel en Frankfurt, studeerde enige tijd te Lausanne en te Genève en predikte ten slotte in de Zuidelijke Nederlanden. Tegen het katholicisme schreef hij Le baston de la foy chrestienne (1555), met citaten uit de kerkvaders en concilie-uitspraken die de reformatorische opvattingen steunden. Zijn beroemdste geschrift is de Confession de foy (1561), een zelfstandige bewerking en uitbreiding van de Franse confessie van 1559 en voorzien van een Epistre au Roy als apologie tegen de vervolgingen van de hervormden. De Confession de foy, in 1562 in het Nederlands vertaald (De Nederlandse Geloofsbelijdenis), kreeg grote bekendheid en werd later aanvaard als een van de belijdenisgeschriften van de Gereformeerde Kerk in de Nederlanden. Te Antwerpen heeft De Brès, volgens de wens van Willem van Oranje, getracht een verzoening tussen luthersen en gereformeerden tot stand te brengen. Tegen de wederdopers schreef hij: La racine, source et fondement des anabaptistes (1565). Voortdurend aan vervolging blootgesteld, werd hij ten slotte gevangengenomen en, tegelijk met zijn medepredikant Péregrin de la Grange, opgehangen.
