Identiteitsbeleid op vier schaalniveaus
Richting
Het buitenste schaalniveau is dat van de gereformeerde onderwijsrichting. Die richting bestaat in Nederland en daarin is ons land uniek. Op het niveau van de richting onderscheiden we ons van andere richtingen door b.v. onze grondslag, ons toelatingsbeleid en benoemingsbeleid. Dat we als aparte onderwijsrichting erkend zijn heeft in Nederland grote gevolgen voor de bekostiging en instandhouding van gereformeerde scholen. Iedereen mag in Nederland een school beginnen, maar alleen scholen van erkende richtingen kunnen een beroep doen op bekostiging van rijkswege. Het stelsel van onderwijsrichtingen is ontstaan tijdens de schoolstrijd en stelde christelijke ouders in staat naast het openbaar onderwijs scholen met de bijbel te stichten die financieel niet mochten worden achtergesteld door de overheid. Het systeem bestaat nog steeds en inmiddels zijn als richting onder meer erkend het Rooms Katholieke, het Protestants Christelijke, het Gereformeerde, het Joodse, het Evangelisch Bijbelgetrouwe en het Islamitische Onderwijs. Elk van deze richtingen moet kunnen aantonen dat ze een specifieke doelgroep in de samenleving bedienen met hun onderwijs. Het moet de overheid duidelijk zijn dat de bewuste doelgroep niet elders terecht kan.
(Stand van zaken op GSG Guido de Brès)
School
Binnen de richting bestaan verschillende schoolverenigingen die scholen en scholengemeenschappen runnen. Ook op het niveau van de school is sprake van identiteit. Twee voluit gereformeerde scholen kunnen verschillen als het gaat om de invulling van de identiteit. Op de ene school worden alle christelijke feesten b.v. nadrukkelijk gevierd, met medewerking van een groep ouders en ondersteund door thema-preken in de kerken. Andere scholen geven b.v. de voorkeur aan het overdragen van veel kennis op het gebied van de bijbelse en kerkgeschiedenis. Beide keuzes zijn te verdedigen binnen dezelfde onderwijsrichting. En zo kunnen gereformeerde scholen onderling verschillen ten aanzien van hun openheid, hun schaalgrootte, hun belangstelling voor vernieuwing, hun kwaliteit, hun werksfeer, hun regels voor de leerlingen enz. Dat is iets wat scholen samen met hun achterban kunnen bespreken en beslissen.
(Stand van zaken op GSG Guido de Brès)
Leerstof
Binnen scholen wordt uiteraard onderwijs aangeboden en ook daarin kan de identiteit van de school tot z’n recht komen. Niet ieder vak leent zich hier even goed voor maar over het algemeen zijn er op dit schaalniveau tal van mogelijkheden. Leerlingen verwerven op school kennis, inzicht en vaardigheden en gereformeerde ouders mogen verwachten dat dit op hun eigen school gebeurt in het licht van Gods Woord. Gods kinderen mogen hun leefwereld leren kennen als het werkterrein van hun Vader en Schepper.
(Stand van zaken op GSG Guido de Brès)
Leerkracht
Tenslotte is er het niveau van de leerkracht. Die kan als persoon de identiteit van de school gestalte geven, maar ook ontkrachten. Hij of zij is een belangrijke identificatiefiguur voor de leerlingen en zodoende een buitengewoon belangrijke schakel als het gaat om de identiteit van het onderwijs. Hetzelfde geldt voor het overige personeel.
(Stand van zaken op GSG Guido de Brès)
Samenhang tussen de niveaus
In het figuur zijn de schaalniveaus getekend als concentrische cirkels. Daarmee willen we aangeven dat de vier schaalniveaus op deze manier samenhangen en elkaar kunnen en zouden moeten versterken.
Dat is gemakkelijk aan te tonen vanuit het ongerijmde. Stelt u zich een gereformeerde school voor die zijn statuten en toelatings- en benoemingsbeleid net zo georganiseerd heeft als de andere scholen, maar waar men weinig tot niets heeft gedaan om de daadwerkelijke invulling van het onderwijs daarmee in overeenstemming te brengen. Dan krijgen de kinderen op de gereformeerde school, uit de mond van gereformeerde leerkrachten exact hetzelfde te horen als elders. Dat is niet erg geloofwaardig.
Of wanneer er wel is geïnvesteerd in een eigen missie en eigen leerboeken e.d. maar de leerkracht is allesbehalve een voorbeeldig christen. Dat is zo mogelijk nog ongeloofwaardiger.
Maar ook in omgekeerde richting moet je geen schaalniveaus overslaan. Wat te denken van oprechte gereformeerde belijders, die voor hun christelijke leerlingen een goed voorbeeld willen en zouden kunnen zijn, en die dat alles trachten te realiseren op een school die dat gedrag niet steunt of accepteert.
Stand van zaken op Guido de Brès
Met bovenstaande begrippen in het achterhoofd kunnen we nu op een rijtje zetten hoe de stand van zaken op Guido de Brès is en bovendien een aantal toekomstige ontwikkelingen schetsen.
Op het niveau van de richting maken we deel uit van de gereformeerde richting doordat we statutair hebben vastgelegd dat onze school onderwijs verzorgt in overeenstemming met de leer van de Gereformeerde Kerken. Bij de oprichting van de schoolvereniging werd vastgelegd dat alleen belijdende leden van de Gereformeerde Kerken Vrijgemaakt (bestuurs)lid of medewerker mochten worden. In 2003 is besloten dat een en ander ook geldt voor leden van de Christelijk Gereformeerde Kerken, aangezien de beide synodes hebben uitgesproken dat de genoemde kerken overeenstemmen in de leer.
Omdat we deel uitmaken van die richting is onze vestiging in Arnhem aangemerkt als “laatste school van een richting” waardoor we een opheffingsnorm hebben van slechts 120 leerlingen (i.p.v. 240 leerlingen). Binnen de gereformeerde richting werken we op een aantal punten nauw samen in de besturenorganisatie Concent.
De ontwikkelingen op dit schaalniveau zijn dat we op veel plaatsen onderkennen dat we in onze binding aan schrift en belijdenis als GKV en CGK niet alleen staan. We herkennen anderen in Christus en willen, waar mogelijk, gereformeerd onderwijs verzorgen voor hun kinderen.
Meer informatie over de Gereformeerde Kerken Vrijgemaakt vindt u op www.gkv.nl en over de Christelijk Gereformeerde Kerken op www.cgk.nl. (Naar boven)
Op het schaalniveau van de school is vanaf 1990 veel nadrukkelijker beleid ontwikkeld dan voorheen. De statuten zeggen over dit schaalniveau helemaal niets. Guido de Brès ontwikkelde een missie, een logo, een huisstijl en meer dingen waardoor we als school een herkenbare organisatie willen zijn. Kernwoorden uit de missie zijn: openheid, leerlingbegeleiding, mentoraat, innovatief onderwijs en schoolveiligheid. We beschouwen onze leerlingen als kinderen van God en mogen ze Gods beloften voorhouden, maar natuurlijk ook Gods verwachtingen ten aanzien van een christelijk leven.
Het idee bij dit alles is dat de school geen klooster is waarin de kinderen gescheiden van de wereld opgroeien, maar een richter, die leerlingen helpt bij het vinden van de goede richting temidden van alle invloeden die ze ondergaan. In die zin mag de school bijdragen aan de geloofsvorming van de leerlingen.
Enige jaren geleden werd in dit kader de identiteitscyclus ontworpen, die inhoudt dat elke sector 5 a 6 evenementen per jaar organiseert die nadrukkelijk verbonden zijn met de identiteit van de school (b.v. jaaropeningen, vieringen van de heilsfeiten, leefstijlprojecten, anti-vloek campagnes, grote avond, dagsluitingen bij de excursies, sing-in enz). Eén van de ontwikkelingen is dat we de leerlingen waar mogelijk mede-eigenaar willen maken van de schoolregels en het schoolklimaat. Vanouds werkt een school met een set regels die de school heeft ontworpen en die door docenten, huismeesters en schoolleiders worden gehandhaafd. Maar het is ook mogelijk -en beter passend in onze missie- dat leerlingen zelf leefregels ontwikkelen voor de onderlinge omgang (b.v. in de vorm van een gedragscode) en dat ze samen verantwoordelijk zijn voor de uitvoering. (Naar boven)
Op het niveau van de leerstof is statutair vastgelegd dat het onderwijs gegeven moet worden “overeenkomstig de leer van de Gereformeerde Kerken in Nederland”. Op dit niveau is in de afgelopen 10-15 jaar veel werk verzet. Er zijn gereformeerde kerndoelen ontwikkeld en er is voor een heel aantal vakken eigen leerstof geschreven. Sowieso speelt bij de keuze van methoden nadrukkelijk de vraag of een methode past binnen de gereformeerde identiteit en binnen de missie van Guido de Brès. De vier Gereformeerde VO scholen werken hierbij samen in het gereformeerd identiteitsplatform (GRIP). Eén van de ontwikkelingen is dat de ontwikkelde leerstof (en ideeën voor vieringen e.d.) ook digitaal beschikbaar komen op de website www.grip-g4.nl zodat docenten van diverse vakken gebruik kunnen maken van elkaars inspanningen.(Naar boven)
Op het niveau van de docent is vastgelegd dat hij/zij belijdend lid moet zijn van de GKV of CGK. Ook op dit schaalniveau is geïnvesteerd in aanvullende instrumenten. In het bijzonder is er een beroepscode ontwikkeld waarin het gewenste gedrag van docenten wordt omschreven. Deze beroepscode is voor alle gereformeerde VO scholen in hoofdzaak gelijk en maakt deel uit van de CAO. Iemand die in dienst treedt bij Guido de Brès bindt zich derhalve aan de beroepscode. Een heel belangrijk element van de beroepscode is dat we ons voornemen om als christen herkenbaar te zijn. “Leerlingen en hun ouders mogen van ons verwachten dat wij ons ook persoonlijk als christen laten kennen en dat wij daarop aanspreekbaar zijn.”
Ook op dit niveau is het GRIP bezig met een belangrijke nieuwe ontwikkeling, namelijk een cursus/leergang voor docenten die werkzaam zijn in het gereformeerd voortgezet onderwijs, waarin de deelnemers zich bezinnen op de specifieke functie-eisen die dat met zich meebrengt. (Naar boven)