Zoeken  
Guido
Home



 


 

 

LWOO – Leerweg Ondersteunend Onderwijs

Het Leerweg Ondersteunend Onderwijs (LWOO) is er voor leerlingen die wel een diploma van een leerweg in het VMBO nullkunnen halen, maar daarbij extra begeleiding en ondersteuning nodig hebben. Die ondersteuning is er voor leerlingen die veel vakken moeilijk vinden en voor leerlingen die problemen hebben met sommige onderdelen van het leren. Ze kunnen bijvoorbeeld niet goed lezen, vinden de goede spelling van woorden heel moeilijk of kunnen slecht rekenen. Als het toch niet lukt om een diploma te halen zijn er nog andere mogelijkheden om de school goed af  te sluiten.

 

 

 

DE BEGELEIDING

Doordat er in het LWOO (klas 1 en 2) kleine klassen klein zijn, krijgt een leerling veel meer aandacht. De docenten en onderwijsassistenten hebben meer tijd voor ze. We leren de leerlingen de problemen die ze hebben met het maken van het werk zoveel mogelijk zelf op te lossen. En we proberen de leerlingen te helpen met problemen op sociaal-emotioneel gebied. Als de docenten en mentoren er niet uitkomen kunnen ze de hulp inroepen van deskundigen binnen of buiten de school. De mentor speelt de grootste rol in de begeleiding.

DE VAKKEN EN DE MENTOR

In klas 1 en 2 worden alle vakken van de basisvorming gegeven plus godsdienst en kerkgeschiedenis. Elke dag het eerste blok begint de klas met de mentor. De mentor kan dan afspraken maken, de dag openen met bijbellezen, bidden en zingen en bepaalde onderwerpen met de klas bespreken. Behalve door de mentor wordt er les gegeven door een kleine groep docenten en onderwijsassistenten.

 

 

LEERWERKHUIS

De leerlingen krijgen les in het leerwerkhuis LWOO. De leerlingen zijn vanaf 9.00 uur tot 15.10 uur in het leerwerkhuis. Vanaf 15.10 uur tot 15.50 uur is er ruimte voor inhaalwerk, diverse karweitjes, begeleidingsmomenten, enz. Alleen voor gym verlaten de leerlingen het leerwerkhuis. De boeken en werkboeken van de leerlingen blijven op school en de leerlingen maken al hun werk in het leerwerkhuis.

 

TESTEN

Om in aanmerking te komen voor het LWOO moet uw kind getest worden. Na de herfstvakantie geeft de leraar van groep 8 of de directeur van de basisschool een leerling op bij de PCL van het SamenWerkingsVerband Eemland. De PCL (Permanente Commissie Leerlingenzorg) regelt alle testen en de dingen die daar bij horen. Daarna wordt een leerling twee keer uitgenodigd voor het maken van de testen. In de testen wordt gekeken wat een leerling allemaal kan en wat er geleerd is op de basisschool. Daarna krijgen de ouders een advies en gaan alle testen naar de RVC (de Regionale VerwijzingsCommissie). De RVC bepaalt of een leerling geschikt is voor het LWOO. Blijkt een leerling  geen ‘echte’ LWOO-er te zijn, maar is er toch die hulp en zorg nodig, dan bespreken we dat met de ouders.

 

 

 

CRITERIA

Waar moet een leerling aan voldoen om in aanmerking te komen voor het LWOO?
• aantoonbare leerachterstand van 1½ tot 3 jaar (rekenen en Nederlands)
• IQ tussen de 75 en 90
• geringe sociaal emotionele problemen
• IQ tussen de 90 en 120 en belemmerende sociaal emotionele problemen

MEER WETEN?

Voor meer informatie of het stellen van vragen kunt u terecht bij de Dick de Jong,
033-464.05.36 of
jod@guido.nl.



 
in de keuken
 
maatschappelijke stage met senioren
 
schilderen

Vormgeving en realisatie:
SchoolMaster BV