|
|
|
|
|
LEERWERKHUIS Theoretische Leerweg
|
Welkom in het leerwerkhuis!
Een leerwerkhuis is een (grote) ruimte waar leerlingen de hele dag zijn om met elkaar te werken en dingen te doen. Er is ook een instructielokaal waar een docent apart met leerlingen een les of instructie kan geven. |
|
| Wat vinden wij belangrijk? Een christelijke schoolcultuur: dat merk je aan onze regels en het omgaan met elkaar. Dagopeningen en speciale mentordagen waarbij aandacht wordt besteed aan een speciaal onderwerp. Respect en gehoorzaamheid vinden we heel belangrijk. Mentoren: een mentor is er voor jou. Hij/zij leert je allerlei zaken en je kunt bij hem/haar terecht voor veel vragen. Een mentor heeft aandacht voor jou, voor jouw probleem en behartigt jouw belangen in het kernteam. Docenten: docenten geven goed en afwisselend les. Zij hebben verstand van hun vak en begeleiden (coachen) jullie bij allerlei opdrachten en werk in het LWH.
Wat verwachten wij? Leerlingen die gemotiveerd zijn om op een school met een duidelijke christelijke schoolcultuur te werken. Leerlingen die enthousiast bezig zijn met opdrachten. Leerlingen die het leuk vinden om samen allerlei zaken aan te pakken. Leerlingen die het eens zijn met het feit dat beleefdheid, orde, eerlijkheid, respect en verdraagzaamheid belangrijke zaken zijn.
Wat mogen jullie verwachten? Enthousiaste docenten die goed zijn in hun vak. Docenten die leerlingen van jouw leeftijd goed begrijpen en daar ook goed mee om kunnen gaan. Aandacht voor jou als je een probleem hebt. Zo nu en dan bijzondere activiteiten op school. Een veilige, overzichtelijke leeromgeving. Eigentijds onderwijs.
BASISREGELS:
1 Wij hebben respect voor een ander en zijn verdraagzaam en daarom houden wij rekening met een ander (dus niet: vloeken, discrimineren, pesten, uitlachen, roddelen, enz.). 2 Wij zijn verantwoordelijk voor eigen spullen en voor andermans spullen (daar ga je fatsoenlijk mee om, je steelt geen spullen). 3 Wij zijn eerlijk in de omgang met elkaar. Dat wil zeggen dat wij de waarheid vertellen en dat wij verantwoordelijk zijn voor ons gedrag. 4 Concentreer je op het werken en leren in het LWH. Zorg dat je kluisje in orde is, dat je op tijd op school bent, dat je op tijd je spullen klaar hebt, dat jassen en tassen op de goede plaats zijn. En ook: een mobiele telefoon gebruik je niet en een mp3-speler e.d. ook niet. 5 Doe mee aan een veilige school en omgeving. Veroorzaak geen overlast of onveilige situaties. Geen gestoei, vechten of zaken uitlokken. Geen wapens, geen alcohol, geen vuurwerk, geen drugs en geen vandalisme. 6 Wij zorgen met elkaar voor een schone school. Binnen en buiten. Ruim afval op, gooi geen afval zomaar weg. Lever je bijdrage aan het schoonmaken van de school (corvee). En beschadig niet zomaar iets. 7 We willen dat kleding niet seksueel uitdagend is. Dat wil zeggen: kleding die onevenredig veel aandacht vestigt op het lichaam van de drager (bijvoorbeeld door het onbedekt te laten, of door het heel strak af te kleden). We willen ook dat kleding veilig en doelmatig is. Je moet je werkzaamheden als scholier er goed in kunnen doen. Bij bepaalde lessen (b.v. LO en praktijklessen) zijn daarom bepaalde kledingstukken voorgeschreven. Ook voor de rest van de schooldag geldt (sociale) veiligheid en doelmatigheid als criterium. In de lesruimte heb je geen jas aan en geen pet op.
en verder:
8 Roken is slecht. Kun je dus beter niet doen. Klas 1 en 2 mogen niet op school roken. Voor klas 3 en 4 is er een plek om te roken op het plein. 9 Kauwgum is op het hele schoolterrein verboden. Dus niet gebruiken. 10 Geen watervaste stift gebruiken. 11 Computers worden alleen voor schoolwerk gebruikt. En we beginnen de dag niet met computergebruik. 12 Eten en drinken gebeurt in de pauzes.
Geluidsniveaus:
Bij het werken in het leerwerkhuis hanteren we drie geluidsniveaus:
|
Niveau 1 (rood): werk stil voor jezelf, praat dus niet en loop niet van je plaats. Bij geluidsniveau 1 mag je alleen individuele opdrachten doen op computer.
Niveau 2 (oranje): werk samen binnen groepje. Praat zo zacht, dat alleen je groepsgenoten je kunnen verstaan, fluisteren dus! Wil je van je plaats lopen, dan krijg je alleen toestemming als je een goede reden hebt….
Niveau 3 (groen): je mag gewoon hardop praten en zelfs even van je plaats lopen om boeken te wisselen en dergelijke. |
|
|
Geluidsniveau 1 en 2 worden van te voren aangekondigd, zodat je eerst even kunt nadenken welk werk je gepland hebt en welke spullen je dus nodig hebt. Je gaat die spullen dan pakken uit je kluisje. Want in je kluisje bewaar je namelijk al je schoolspullen, boeken, schriften en een 23-ringsmultomap met tabbladen en insteekhoesjes. Houd je kluisje opgeruimd en netjes.
Opstelling, inrichting en netheid:
Indeling: De tafels en stoelen staan in groepjes van soms 2, maar meestal 3 in het LWH. Kies een plek en een groepje! De gekozen indeling leggen we vast op een plattegrond. De door jouw gekozen plek is daarmee vast. Als je een ander plek wilt, overleg je dat met je mentor en die praat er nog over met de andere teamdocenten. Belangrijk is, waarom je een andere plek wilt. Het kan ook zijn, dat het team jou graag vast ergens anders wil hebben. Dan hoor je dat van je mentor en waarom. Rustig werken: Wil je rustig voor jezelf werken, dan kan dat in het instructielokaal of bij één van de individuele werkplekken. Zolang het instructielokaal niet voor instructie of een toets gebruikt wordt, kan je er na toestemming van een docent voor dat blok rustig gaan werken op geluidsniveau 1. Wie niet stil werkt in het instructielokaal, gaat weer terug naar het LWH.
Netjes, overzichtelijk: Houd je werkplek netjes. Een beperkt aantal boeken en schriften ligt op je tafel, alleen voor het werk dat gepland is voor dat blok van 80 minuten. Geen spullen op de vloer! Je 23-ringsmultomap heb je altijd bij je werkplek. Want daarin zit je weektaak, je planningsformulier en verdere spullen voor vakken, zoals hulpkaarten en opdrachtenkaarten. Gooi papieren die je niet hoeft te bewaren weg, zodat je map niet onnodig vol en dik wordt, maar overzichtelijk blijft. Om met een zekere rust je werk te kunnen doen, is het belangrijk je werk overzichtelijk organiseren. Hang je jas aan de kapstok en je tas op de kapstok of in het tassenrek. |
|
|
Alles voorzien van naam: Zorg dat al je boeken, schriften, map en andere schoolspullen voorzien zijn van je naam en klas.
Spullen lenen: Heb je een woordenboek, atlas, bijbel of andere spullen van school nodig, dan haal je die zelf uit de kast. Na gebruik van spullen van school breng je het materiaal bij geluidsniveau 3 weer keurig terug en berg je alles weer netjes op. Zorg, dat de kasten netjes blijven en de schoolspullen zelf ook!
Plannen, invullen planningsformulier:
| |
|
Aan het begin van een nieuwe week krijg je een weektaakformulier en een planningsformulier en vaak ook een aantal opdrachtformulieren. Vul op je planformulier de repetities, de instructiemomenten en bijv. practicum in, dat docenten in die week al gepland hebben, als dat al niet op je planningsformulier staat. Verdeel het werk van de weektaak over de rest van de week. Iedere docent geeft een hoeveelheid werk op voor ongeveer 80 of 120 minuten per week. Dat hangt af van hoe vaak dat vak voor jouw klas op het weekrooster staat. |
Houd bij het plannen rekening met de volgende aandachtspunten: • Als het vak tekenen, sport of beeldende vorming op je rooster en planformulier staat, kan je op dat moment geen werk inplannen. Je krijgt dan als klas of groep les, vaak ook buiten het LWH. • Kijk goed wanneer bepaalde leraren aanwezig zijn. Dat staat namelijk ook op je planformulier. Je kunt het beste wiskunde maken voordat de leraar komt of terwijl hij er is. Als een bepaald vak op maandag wordt gecontroleerd, maak dat dan op of voor maandag af. • Als je moeite hebt met een vak kun je dat vak het beste eerst maken, of aan het begin van de dag, zodat je daar in ieder geval goede aandacht en tijd voor hebt genomen. • Leerwerk kun je plannen tijdens geluidsniveau 1. Lukt het je niet om dat op school te leren, neem het dan mee naar huis. We gaan we er van uit, dat je al je werk op school kunt doen. Neem daarom alleen wat mee naar huis, als je achterloopt of wat extra wilt leren. • Het is niet altijd handig om al het werk van een vak voor de hele week achter elkaar te doen. Bijvoorbeeld voor woordjes leren kan je beter 10 minuten per dag inplannen, dan één keer een half uur. • Plan ook wanneer je achter de computer gaat werken, wel in overleg met je computergroepje.
Neem goed de tijd om te plannen op maandag en laat het door de leraar die dan in het Leerwerkhuis is aftekenen. Het plannen doe je niet voor de leraar of mentor, maar om jezelf daarin te leren kennen!
Weektaak controle van een vak: Wanneer een leraar een bepaalde dag je werk controleert en je hebt het niet af, moet je op school blijven om het af te maken. Vrijwel iedere dag wordt één of worden zelfs twee vakken gecontroleerd.
Nakijkregels:
Tips bij het nakijken 1. Bij het zelfstandig werken in het Leerwerkhuis hoort ook het op een goede manier nakijken van je werk. 2. Bij het nakijken is het van belang dat je van je fouten leert. 3. Bij een toets moet je zelf de leerstof beheersen. 4. Ga dus nooit zomaar werk overschrijven of onzorgvuldig nakijken. 5. Is het je niet duidelijk hoe je na moet kijken, vraag het dan aan de vakdocent. Instructie: 1. In het Leerwerkhuis kijk je zelf het gemaakte werk na, tenzij de leraar het anders heeft gezegd. 2. Als je nakijkt doe je dat aan de nakijktafel. 3. Daarbij gebruik je een rode pen en de rode nakijkmap. 4. Er mogen geen bladen uit de nakijkmap gehaald worden. De mappen blijven op de nakijktafel. 5. Er mogen niet meer dan vier leerlingen gelijk na zitten kijken. 6. Als een antwoord goed is, zet je er een krul door; is een antwoord fout, dan zet je er een duidelijke streep door. 7. Als een antwoord fout is, bekijk dan ook wat je fout hebt gedaan. Kom je niet achter het juiste antwoord, vraag het dan aan een medeleerling of je docent, als die aanwezig is. 8. Heb je voor een vak veel vragen, ga dan naar het hulpuur.
Overige regels:
|
Mediatheek: Alleen na toestemming van docent mag je naar mediatheek. Voor het opwaarderen is het minimumbedrag €1,--. In de mediatheek staat ook een kleurenprinter. Als je naar de mediatheek wilt, vraag je hiervoor een mediatheekkaart aan een docent. Na schooltijd is mediatheek open en kan je zonder kaart terecht.
Kopiëren/printen: Alleen na toestemming van docent mag een leerling naar de printer, die op de gang staat. Als je naar de printer wilt, vraag je hiervoor een kaart aan een docent. Na schooltijd is het kopiëren en printen vrij en kan je zonder kaart terecht.
Toilet: Het is niet toegestaan naar het toilet te gaan buiten de pauzes.
Publicatiebord: Houd het publicatiebord altijd in de gaten voor mededelingen over rooster, sport, corvee en andere zaken. Je cijfers van de diverse vakken kan je vinden op het cijferbord.
|
|
|
Namens het docententeam TL M. Blijdorp
| | |
LEERWERKHUIS Theoretische Leerweg
|
Welkom in het leerwerkhuis!
Een leerwerkhuis is een (grote) ruimte waar leerlingen de hele dag zijn om met elkaar te werken en dingen te doen. Er is ook een instructielokaal waar een docent apart met leerlingen een les of instructie kan geven. |
|
| Wat vinden wij belangrijk? Een christelijke schoolcultuur: dat merk je aan onze regels en het omgaan met elkaar. Dagopeningen en speciale mentordagen waarbij aandacht wordt besteed aan een speciaal onderwerp. Respect en gehoorzaamheid vinden we heel belangrijk. Mentoren: een mentor is er voor jou. Hij/zij leert je allerlei zaken en je kunt bij hem/haar terecht voor veel vragen. Een mentor heeft aandacht voor jou, voor jouw probleem en behartigt jouw belangen in het kernteam. Docenten: docenten geven goed en afwisselend les. Zij hebben verstand van hun vak en begeleiden (coachen) jullie bij allerlei opdrachten en werk in het LWH.
Wat verwachten wij? Leerlingen die gemotiveerd zijn om op een school met een duidelijke christelijke schoolcultuur te werken. Leerlingen die enthousiast bezig zijn met opdrachten. Leerlingen die het leuk vinden om samen allerlei zaken aan te pakken. Leerlingen die het eens zijn met het feit dat beleefdheid, orde, eerlijkheid, respect en verdraagzaamheid belangrijke zaken zijn.
Wat mogen jullie verwachten? Enthousiaste docenten die goed zijn in hun vak. Docenten die leerlingen van jouw leeftijd goed begrijpen en daar ook goed mee om kunnen gaan. Aandacht voor jou als je een probleem hebt. Zo nu en dan bijzondere activiteiten op school. Een veilige, overzichtelijke leeromgeving. Eigentijds onderwijs.
BASISREGELS:
1 Wij hebben respect voor een ander en zijn verdraagzaam en daarom houden wij rekening met een ander (dus niet: vloeken, discrimineren, pesten, uitlachen, roddelen, enz.). 2 Wij zijn verantwoordelijk voor eigen spullen en voor andermans spullen (daar ga je fatsoenlijk mee om, je steelt geen spullen). 3 Wij zijn eerlijk in de omgang met elkaar. Dat wil zeggen dat wij de waarheid vertellen en dat wij verantwoordelijk zijn voor ons gedrag. 4 Concentreer je op het werken en leren in het LWH. Zorg dat je kluisje in orde is, dat je op tijd op school bent, dat je op tijd je spullen klaar hebt, dat jassen en tassen op de goede plaats zijn. En ook: een mobiele telefoon gebruik je niet en een mp3-speler e.d. ook niet. 5 Doe mee aan een veilige school en omgeving. Veroorzaak geen overlast of onveilige situaties. Geen gestoei, vechten of zaken uitlokken. Geen wapens, geen alcohol, geen vuurwerk, geen drugs en geen vandalisme. 6 Wij zorgen met elkaar voor een schone school. Binnen en buiten. Ruim afval op, gooi geen afval zomaar weg. Lever je bijdrage aan het schoonmaken van de school (corvee). En beschadig niet zomaar iets. 7 We willen dat kleding niet seksueel uitdagend is. Dat wil zeggen: kleding die onevenredig veel aandacht vestigt op het lichaam van de drager (bijvoorbeeld door het onbedekt te laten, of door het heel strak af te kleden). We willen ook dat kleding veilig en doelmatig is. Je moet je werkzaamheden als scholier er goed in kunnen doen. Bij bepaalde lessen (b.v. LO en praktijklessen) zijn daarom bepaalde kledingstukken voorgeschreven. Ook voor de rest van de schooldag geldt (sociale) veiligheid en doelmatigheid als criterium. In de lesruimte heb je geen jas aan en geen pet op.
en verder:
8 Roken is slecht. Kun je dus beter niet doen. Klas 1 en 2 mogen niet op school roken. Voor klas 3 en 4 is er een plek om te roken op het plein. 9 Kauwgum is op het hele schoolterrein verboden. Dus niet gebruiken. 10 Geen watervaste stift gebruiken. 11 Computers worden alleen voor schoolwerk gebruikt. En we beginnen de dag niet met computergebruik. 12 Eten en drinken gebeurt in de pauzes.
Geluidsniveaus:
Bij het werken in het leerwerkhuis hanteren we drie geluidsniveaus:
|
Niveau 1 (rood): werk stil voor jezelf, praat dus niet en loop niet van je plaats. Bij geluidsniveau 1 mag je alleen individuele opdrachten doen op computer.
Niveau 2 (oranje): werk samen binnen groepje. Praat zo zacht, dat alleen je groepsgenoten je kunnen verstaan, fluisteren dus! Wil je van je plaats lopen, dan krijg je alleen toestemming als je een goede reden hebt….
Niveau 3 (groen): je mag gewoon hardop praten en zelfs even van je plaats lopen om boeken te wisselen en dergelijke. |
|
|
Geluidsniveau 1 en 2 worden van te voren aangekondigd, zodat je eerst even kunt nadenken welk werk je gepland hebt en welke spullen je dus nodig hebt. Je gaat die spullen dan pakken uit je kluisje. Want in je kluisje bewaar je namelijk al je schoolspullen, boeken, schriften en een 23-ringsmultomap met tabbladen en insteekhoesjes. Houd je kluisje opgeruimd en netjes.
Opstelling, inrichting en netheid:
Indeling: De tafels en stoelen staan in groepjes van soms 2, maar meestal 3 in het LWH. Kies een plek en een groepje! De gekozen indeling leggen we vast op een plattegrond. De door jouw gekozen plek is daarmee vast. Als je een ander plek wilt, overleg je dat met je mentor en die praat er nog over met de andere teamdocenten. Belangrijk is, waarom je een andere plek wilt. Het kan ook zijn, dat het team jou graag vast ergens anders wil hebben. Dan hoor je dat van je mentor en waarom. Rustig werken: Wil je rustig voor jezelf werken, dan kan dat in het instructielokaal of bij één van de individuele werkplekken. Zolang het instructielokaal niet voor instructie of een toets gebruikt wordt, kan je er na toestemming van een docent voor dat blok rustig gaan werken op geluidsniveau 1. Wie niet stil werkt in het instructielokaal, gaat weer terug naar het LWH.
Netjes, overzichtelijk: Houd je werkplek netjes. Een beperkt aantal boeken en schriften ligt op je tafel, alleen voor het werk dat gepland is voor dat blok van 80 minuten. Geen spullen op de vloer! Je 23-ringsmultomap heb je altijd bij je werkplek. Want daarin zit je weektaak, je planningsformulier en verdere spullen voor vakken, zoals hulpkaarten en opdrachtenkaarten. Gooi papieren die je niet hoeft te bewaren weg, zodat je map niet onnodig vol en dik wordt, maar overzichtelijk blijft. Om met een zekere rust je werk te kunnen doen, is het belangrijk je werk overzichtelijk organiseren. Hang je jas aan de kapstok en je tas op de kapstok of in het tassenrek. |
|
|
Alles voorzien van naam: Zorg dat al je boeken, schriften, map en andere schoolspullen voorzien zijn van je naam en klas.
Spullen lenen: Heb je een woordenboek, atlas, bijbel of andere spullen van school nodig, dan haal je die zelf uit de kast. Na gebruik van spullen van school breng je het materiaal bij geluidsniveau 3 weer keurig terug en berg je alles weer netjes op. Zorg, dat de kasten netjes blijven en de schoolspullen zelf ook!
Plannen, invullen planningsformulier:
| |
|
Aan het begin van een nieuwe week krijg je een weektaakformulier en een planningsformulier en vaak ook een aantal opdrachtformulieren. Vul op je planformulier de repetities, de instructiemomenten en bijv. practicum in, dat docenten in die week al gepland hebben, als dat al niet op je planningsformulier staat. Verdeel het werk van de weektaak over de rest van de week. Iedere docent geeft een hoeveelheid werk op voor ongeveer 80 of 120 minuten per week. Dat hangt af van hoe vaak dat vak voor jouw klas op het weekrooster staat. |
Houd bij het plannen rekening met de volgende aandachtspunten: • Als het vak tekenen, sport of beeldende vorming op je rooster en planformulier staat, kan je op dat moment geen werk inplannen. Je krijgt dan als klas of groep les, vaak ook buiten het LWH. • Kijk goed wanneer bepaalde leraren aanwezig zijn. Dat staat namelijk ook op je planformulier. Je kunt het beste wiskunde maken voordat de leraar komt of terwijl hij er is. Als een bepaald vak op maandag wordt gecontroleerd, maak dat dan op of voor maandag af. • Als je moeite hebt met een vak kun je dat vak het beste eerst maken, of aan het begin van de dag, zodat je daar in ieder geval goede aandacht en tijd voor hebt genomen. • Leerwerk kun je plannen tijdens geluidsniveau 1. Lukt het je niet om dat op school te leren, neem het dan mee naar huis. We gaan we er van uit, dat je al je werk op school kunt doen. Neem daarom alleen wat mee naar huis, als je achterloopt of wat extra wilt leren. • Het is niet altijd handig om al het werk van een vak voor de hele week achter elkaar te doen. Bijvoorbeeld voor woordjes leren kan je beter 10 minuten per dag inplannen, dan één keer een half uur. • Plan ook wanneer je achter de computer gaat werken, wel in overleg met je computergroepje.
Neem goed de tijd om te plannen op maandag en laat het door de leraar die dan in het Leerwerkhuis is aftekenen. Het plannen doe je niet voor de leraar of mentor, maar om jezelf daarin te leren kennen!
Weektaak controle van een vak: Wanneer een leraar een bepaalde dag je werk controleert en je hebt het niet af, moet je op school blijven om het af te maken. Vrijwel iedere dag wordt één of worden zelfs twee vakken gecontroleerd.
Nakijkregels:
Tips bij het nakijken 1. Bij het zelfstandig werken in het Leerwerkhuis hoort ook het op een goede manier nakijken van je werk. 2. Bij het nakijken is het van belang dat je van je fouten leert. 3. Bij een toets moet je zelf de leerstof beheersen. 4. Ga dus nooit zomaar werk overschrijven of onzorgvuldig nakijken. 5. Is het je niet duidelijk hoe je na moet kijken, vraag het dan aan de vakdocent. Instructie: 1. In het Leerwerkhuis kijk je zelf het gemaakte werk na, tenzij de leraar het anders heeft gezegd. 2. Als je nakijkt doe je dat aan de nakijktafel. 3. Daarbij gebruik je een rode pen en de rode nakijkmap. 4. Er mogen geen bladen uit de nakijkmap gehaald worden. De mappen blijven op de nakijktafel. 5. Er mogen niet meer dan vier leerlingen gelijk na zitten kijken. 6. Als een antwoord goed is, zet je er een krul door; is een antwoord fout, dan zet je er een duidelijke streep door. 7. Als een antwoord fout is, bekijk dan ook wat je fout hebt gedaan. Kom je niet achter het juiste antwoord, vraag het dan aan een medeleerling of je docent, als die aanwezig is. 8. Heb je voor een vak veel vragen, ga dan naar het hulpuur.
Overige regels:
|
Mediatheek: Alleen na toestemming van docent mag je naar mediatheek. Voor het opwaarderen is het minimumbedrag €1,--. In de mediatheek staat ook een kleurenprinter. Als je naar de mediatheek wilt, vraag je hiervoor een mediatheekkaart aan een docent. Na schooltijd is mediatheek open en kan je zonder kaart terecht.
Kopiëren/printen: Alleen na toestemming van docent mag een leerling naar de printer, die op de gang staat. Als je naar de printer wilt, vraag je hiervoor een kaart aan een docent. Na schooltijd is het kopiëren en printen vrij en kan je zonder kaart terecht.
Toilet: Het is niet toegestaan naar het toilet te gaan buiten de pauzes.
Publicatiebord: Houd het publicatiebord altijd in de gaten voor mededelingen over rooster, sport, corvee en andere zaken. Je cijfers van de diverse vakken kan je vinden op het cijferbord.
|
|
|
Namens het docententeam TL M. Blijdorp
| | |
|
|
|